Jaargang 6 • Verschijnt tweewekelijks • Losse nummers € 3,25

Oma Sientje

door | jun 15, 2022

In het kleine kamertje van oma Sientje vind ik de rollator, verstopt onder het dekbed dat ze erover heeft gehangen. Sinds de val van een paar weken geleden, moet ze met de rollator lopen. Als ik naar de woonkamer loop, zie ik hoe oma naar de keuken stiefelt. Zich vasthoudend aan de stoelen, de deurpost en het aanrechtblad. 

“Ik heb gisteren zelf maar even gestofzuigd”, zegt ze. In haar hand heeft ze de koektrommel. “De poets kwam wel, maar zelf kan ik het beter.” Mijn dochters verdringen zich om haar benen. Ze glimlacht. 

Het is haar altijd om ‘het kleine spul’ gegaan. Grote mensen zijn in haar leven toch een beetje bijzaak. Elf achterkleinkinderen heeft ze inmiddels. Hun portretten hangen allemaal in de gang. Iedereen die op bezoekt komt, krijgt van haar een enthousiast verhaal terwijl ze alle gezichtjes aanwijst. Alsof de expositie die dag voor het eerst geopend is.

De meisjes mogen een koekje pakken en rennen dan weer naar de bank. De vloer is inderdaad brandschoon. Wanneer ik dat zeg, knikt ze. “Dat komt, omdat ik hem ook net flink geboend heb. Hij was zo vuil. Nou, je had dat sopje moeten zien. Helemaal zwart.”

Ik moet denken aan het verhaal dat ze regelmatig met smaak vertelt. Hoe ze, flink in de weeën, haar gang nog geboend had, zodat de dokter in een schoon huis zou komen. 

“Oma, zullen we naar buiten gaan?”, vraag ik. “Even samen een boodschapje doen?” Ze gaat bezorgd met haar hand door haar haren. “Ik zie er niet uit”, mompelt ze. “Wel waar”, zeg ik. Oma is 99 en ik ken niemand die zichzelf zo goed verzorgt als zij. Met een lepel uit de bestekla doet ze haar schoenen aan. “Ik moet nieuwe hebben”, zegt ze. 

Bij de bakker onthalen ze haar als de koningin. “Mevrouw Van de Wiel, u bent er weer.” Ze knikt en wijst naar de rolstoel. “Ik wandel nog niet zo goed.” “Dat komt vanzelf weer”, zegt de bakker. Oma bestelt een halfje tarwe. In de Jumbo is alles duurder geworden. Na de val en het ziekenhuisverblijf is ze niet meer buiten geweest en ze kijkt verbaasd naar de prijzen. Ik vertel haar dat er nauwelijks nog bakolie te koop is. Ze knikt. Ze houdt nog dagelijks het nieuws bij. 

Bij het theeschap gaat het mis. “Ze hebben hier niet de goeie.” We speuren alles af op zoek naar de rooibosthee in een grote doos. “Dit is allemaal niks”, zegt ze, terwijl ze wijst naar de thee met smaakjes. We kiezen Pickwick, zodat de visite toch iets heeft. 

Een week later. 

Oma ligt in bed. Ze heeft koorts en ademt zwaar. Ze is opnieuw gevallen en de weekendarts heeft het woord ‘terminaal’ in de mond genomen. Dat lijkt ons helemaal niets voor oma. Mijn dochters geven haar een kus. Ze glimlacht. “Mogen we een koekje?”, vraagt de oudste. “Van mij gerust”, zegt oma. In de keuken zie ik op de vensterbank een briefje liggen. ‘Rooibosthee’, staat er op.