In What’s New Pussycat? uit 1965, debuut van Woody Allen als scenarioschrijver en filmacteur, dook een heel aardig deuntje op van de begin dit jaar overleden componist Burt Bacharach, getiteld Marriage, French Style. Hal David schreef er woorden bij, en ziedaar: Dance Mama, Dance Papa, Dance. Joanne and The Streamliners hadden er meteen een hit mee in de VS. Nu heeft die groep nooit bestaan, het ging hier om de Britse zangeres Rosemary Squires. Boodschap: Pappa, mamma, dans, want je dochter gaat trouwen.
Wat je ook van John van Olten kunt zeggen – dat is niet veel, hij laat heel weinig sporen na – hij was wel snel met zijn Nederlandse versie. Eerder dan de Denen, de Finnen en de Duitsers. Waar de Fransen er Rien n’est plus triste que l’amour van wisten te maken, kwam John met Dans je de hele nacht met mij. Met de sterke zin: Als dit een droom is dan droom ik jou erbij. Hoe later op de avond, hoe beter die tekst wordt. Karin Kent (1943), die in werkelijkheid Janneke Kanteman heet, kreeg er Knokke mee plat.

Van het songfestival in die badplaats stonden in de jaren zestig de kranten bol. Karin Kent werd op het laatste moment in de Nederlandse afvaardiging van 1966 opgenomen; teamleider Lou van Rees vond haar eigenlijk ‘te modern voor Knokke’. Onder de vele verslaggevers was Hanneke Groenteman. Ze schreef in Het Parool: ‘Misschien zijn er belangrijker dingen op de wereld dan het achtste songfestival in Knokke, maar wij hier, wij kunnen het ons nauwelijks voorstellen. Het leven is goed.’
Karin Kent kreeg volop aandacht kort voor en na dat festival. In Trouw kwam haar politieke betrokkenheid ter sprake. Ze had sympathie voor Provo. Wat ze stemde, wilde ze niet zeggen, want ze ‘moest wel eens optreden voor politieke partijen’. Dat was deels waar. Van de Nederlandse literatuur moest ze weinig hebben. Had je twee boeken van Wolkers gelezen. ‘dan wist je het wel’. Van het Reve: “Drie bladzijden, verder kwam ik niet.” Ook de weekbladen trokken niet haar belangstelling. Herman Stok, als haar manager present bij het gesprek: “Van Rob de Nijs wel. Als die hier was, had hij de Robbedoes altijd bij zich.”
Dans je de hele nacht… werd nummer 1 in Veronica’s Top 40, het eerste Nederlandstalige lied dat het zo ver wist te brengen. Kent had er in 1970 genoeg van. Overal herkend te worden, ieder had z’n oordeel klaar. Liftend met een vriendin trok ze via Zuid-Frankrijk, waar ze op terrasjes zong, naar Marokko. Ze kwam in de Caraïben terecht.
Na terugkeer sprak Ben Dull haar voor Het Parool. Een openhartig gesprek. “Het zou me niet verbazen als ik jaren achtereen de enige maagd onder de Nederlandse zangeressen ben geweest.” De naam Karl Marx dook op toen ze vertelde onder de indruk te zijn geweest van een soldaat die zijn maten politiek bijschoolde.
Karin Kent zong voor één politieke partij: de CPN. Het was niet verstandig dat uit te venten, maar de BVD wist van haar bestaan.
Ze trad na 1974 weer op, maakte deel uit van het Vrouwencabaret van Natascha Emanuels en was te horen in een radiostrip die, getuige de naam, grappig moet zijn geweest: Zeshoog houdt de lift weer tegen.
Dans je de hele nacht… werd vele malen gecoverd, door onder anderen André van Duin, de Sjonnies en de Havenzangers. De beste versie is van haarzelf, samen met de Dutch Swing Collegeband. Op YouTube.
Janneke Kanteman leeft teruggetrokken. We gaan haar niet lastigvallen.
