Jaargang 9 • Verschijnt tweewekelijks • Losse nummers € 4,50

Het Nederlandse droplandschap en de vererfgoedisering

door | apr 26, 2024

Het Grote Dropboek klinkt wat als Het Grote TaartenboekHet Grote Vakantieboek en vergelijkbare wufte werken. Maar dit boek over het snoepje van zoethout, Arabisch gom en suiker is een serieuzere studie. Waarbij schrijfster Marieke Hendriksen, onderzoeker bij NL-Lab, een groep binnen het Humanities Cluster van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, rekening houdt met gevoeligheden. Vijftien dropweetjes.

Waarom heet drop, aanvankelijk als geneesmiddel slechts bij de apotheek verkrijgbaar, maar in de vorige eeuw uitgroeiend tot een genotsmiddel, drop?

 Het is een afgeleide van het Middelnederlandse ‘drop’, druppel, van zoethout. In de meeste andere Europese talen zijn de woorden voor zoethout en drop synoniem: lakritz (Duits), réglisse (Frans), liquorice (Engels. ).

Houden dieren van drop?

 Dat is de vraag, maar ze kregen het wel. Aan pleuritis lijdende paarden werd rond 1800 een mengsel toegediend van drop, saffraan, rozenolie, bier en Venetiaanse driakel. Dat laatste ingrediënt bevat vooral addervlees en opium. 

Is er ook witte drop?

Zeker. Tot halverwege de vorige eeuw dook die op in advertenties en in kinderboeken. Maar die lekkernij heeft niks met drop te maken, tegenwoordig hebben we het over marshmallow.

Wat leren wij in dit boek over de jujube?

Jujubes en griotten hebben, net als drop en marshmallows, hun wortels in de vroegmoderne apotheek. Ooit waren het gekonfijte vruchten, nu zijn het de namen van bekende dropjes.

Laten we de kokindjes niet over het hoofd zien.

De firma Katja bracht die zo’n vijftig jaar geleden op de markt. De naam was ontleend aan medewerker Ko, die ‘mislukte’ dropjes mee naar huis nam voor zijn kinderen. Zeldzaam lekker, oordeelden die. 

Heet hangijzer: katjesdrop.

In1896 troffen diverse winkeliers een circulaire aan in hun post. ‘Naar aanleiding van een schrijven der heeren N. Kater & Co. alhier, eigenaren van het handelsmerk “Katjes drop uit de blikken Trommel,” wensch ik u het navolgende onder het oog te brengen! U hebt in uw winkel ten verkoop in voorraad nagemaakt Katjesdrop onder denzelfden naam en voorzien van dezelfde merken als door genoemde heeren gerechtelijk zijn gedeponeerd. U wist waarschijnlijk niet dat u door zoo te doen behalve aan een eisch tot schadevergoeding, u bovendien volgens art. 337 van het Wetboek van Strafrecht aan strafrechtelijke vervolging blootstelt.’

Het ‘Nederlandse droplandschap’ (© de auteur) is weids. Wat was duimdrop?

Die wordt nog steeds geproduceerd, onder het label De Roode Bies. Het werd in de jaren dertig verkocht op een talhout(een soort aanmaakhout), zo blijkt uit een geïllustreerd kinderfeuilleton in dagblad De Standaard. Van de opgerolde drop worden stukjes geknipt voor kleine klanten, die het om hun duim wikkelen om op te zuigen. 

Sinds wanneer zit drop ook in een rolletje?

Hier schiet het onderzoek enigszins te kort. Meer dan dat een eerste advertentie (van De Faam) voor zo’n rol opdook in 1929, komen we niet te weten. Ook voor Engelse drop, slechts zeer ten dele drop zoals bekend, moeten we het qua introductiejaar doen via reclame. Van de Hema, uit 1932: ‘Die kost dan 25 cent per 3 ons, wat overigens even duur is als 

3 ons bonbons of amandelkoekjes, of als twee theedoeken, een kop en schotel met een fraai decor, een paar sokken of een haarborstel.’ Dat jaar herhaalt de firma Klene de oude gezondheidsclaim. Een zout dropje in de mond op weg naar school behoedt kinderen ‘voor het inademen van de scherpe morgenlucht. Bij mist en scherpe koude sluit men de monden der kinderen met: Klene’s zoute drop.’ 

Tot op de dag van vandaag wordt drop gepresenteerd als een typisch Nederlands product. Terecht?

Het is onzin. Dat is allemaal begonnen met dr. Cornelis Nieman van het Cidi.

Van het wat?

Van het Centraal Instituut voor de Dropverwerkende Industrie, anno 1956. Dat laboratorium werd betaald door de gezamenlijke dropproducenten. Doel: ‘Research ten aanzien van drop en dropartikelen in de meest uitgebreide zin’ en ‘bevordering van de toepassing, respectievelijk het gebruik van drop, vooral op grond van de medicinale eigenschappen’. De fabrikanten betaalden iedere maand twee cent per kilo over de door hen verkochte drop. De wetenschap was met deze achtergrond niet echt gewaarborgd, maar Nieman ging verder. De biochemicus presenteerde zich steeds vaker als geschiedschrijver. En vooral als vererfgoediseerder. “Vererfgoedisering,” aldus Marieke Hendriksen, “is de constructie van een verhaal dat strategisch gebruikt kan worden voor politieke, economische of ideologische doeleinden.” Nieman ging het natuurlijk om de verkoop. “Met zijn mediaoffensief kreeg hij het voor elkaar drop en de Nederlandse identiteit onlosmakelijk met elkaar te verbinden.”

Drop bij de maaltijd?

De smaak van drop is verwant aan die van anijs, venkel, pastis en laurier. Suggestie: een van die ingrediënten (deels) vervangen door drop. Zeer deels, zullen veel lezers denken. 

Is drop links?

Daar zijn geen aanwijzingen voor. 

De schrijfster dan?

Wellicht. Ze is zeer hedendaags. Ze spreekt van ‘tot slaaf gemaakten’ en ‘koloniale uitbuiting’, ze signaleert racisme in de dropreclame.  “Recent wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat reclames een rol kunnen spelen in realistische en inclusievere beeldvorming over gemarginaliseerde groepen.” De duimdrop van De Roode Bies wordt zelfs nu nog verkocht in dozen met een karikatuur van een zwarte man erop. De positie van vrouwen in de dropindustrie komt ruim aan de orde. 

Is dat irritant?

Helemaal niet.

Kun je met drop nog iets anders doen dan opeten?

Met een flinterdun dun laagje drop kun je van namaak-antieke meubels bijna echte antieke meubels maken. 

Marieke Hendriksen: 

Het Grote Dropboek

Just, € 25.

PROEFABONNEMENT
4 NUMMERS VOOR € 15