Jaargang 9 • Verschijnt tweewekelijks • Losse nummers € 4,50

Malraux als tempeldief

door | nov 29, 2024

Tot 2021 stond in het centrum van de stad Siem Reap een Frans-Cambodjaans restaurant met de naam Le Malraux. In de covidperiode verloor het restaurant zijn klandizie en heeft het zijn deuren moeten sluiten. In de gestripte versie van het oude gebouw wordt nu een reguliere Cambodjaanse keuken uitgebaat.

Angkor

Met de verdwijning van het restaurant en vooral van de duidelijk zichtbare naam Le Malraux is ook een laatste publieke reminiscentie verdwenen aan een markante schrijver en politicus. André Malraux is op vele fronten actief geweest. Als essayist en romancier van verhalen gesitueerd in het Frans-koloniale Indochina, als verzetsman in Vietnam, Algerije en Spanje, als minister van Cultuur onder Charles de Gaulle en als behoeder van Cambodjaans cultureel erfgoed.

Dat neemt niet weg dat Malraux zijn carrière is begonnen met een enorme flater die altijd zal meeklinken in de gedachtenis aan hem. Hij was pas 21 jaar en net getrouwd toen hij dwars door de jungle van Cambodja aankwam bij een tempel bekend als Banteay Srei.

Vergeleken met de immense Angkor Wattempel, twintig kilometer verderop, is Banteay Srei een kleine tempel, slechts tien meter hoog en met drie bescheiden hoektorens. Hij is evenwel tot de laatste centimeter versierd met in roze zandsteen uitgehouwen, zeer gedetailleerde figuren en versiersels.

Hoewel de tien eeuwen oude tempel gewijd is aan de Hindoestaanse god Shiva, zijn de uitgebeelde karakters allemaal vrouwen. Dit gevoegd bij de gedachte dat de kleine, fijne afbeeldingen alleen maar door vrouwenhanden gemaakt kunnen zijn, heeft geresulteerd in de benaming Vrouwentempel. Een van de bijzonderheden is dat de eeuwen hem vrijwel onbeschadigd hebben gelaten. Banteay Srei wordt nu beschouwd als een van de mooiste tempels in Cambodja.

Malraux was op het bestaan van de tempel gewezen door een artikel van de Franse archeoloog Henri Parmentier. De tocht erheen, feitelijk een rooftocht, ondernam hij samen met zijn vrouw Clara Goldschmidt, omdat hij naar verluidt het hele door haar bij het huwelijk ingebrachte vermogen op de beurs had verspeeld en op zoek was naar nieuwe rijkdom. Volgens het politierapport bikte hij in Banteay Srei broksgewijs zeven vrouwenfiguren uit het zandstenen basreliëf om die voor goed geld in het Westen te verkopen. Maar hij werd gearresteerd en een jaar later veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, in afwachting waarvan hij een jaar huisarrest had in Phnom Penh en Saigon. Malraux ging echter bij het Franse gerechtshof in hoger beroep. Hij achtte zichzelf niet schuldig aan een criminele daad. En mede dankzij een ondersteuningspetitie van vrienden als Gide, Mauriac, Aragon en Breton werd hij enkele maanden later vrijgepleit.

Malraux bleef vasthouden aan de verdedigbaarheid van zijn diefstal. Die lag zijns inziens daarin dat de antiquiteiten onbeschermd waren en beter gered konden worden voor expositie in Franse musea. Met dit argument had hij dus ten slotte de rechtbank overtuigd. Malraux is vervolgens de geschiedenis niet ingegaan als crimineel, maar als held en als protagonist van Cambodjaans erfgoed.

PROEFABONNEMENT
4 NUMMERS VOOR € 15