Wee het volmaakte museum waar alles is afgestoft en jou een eigentijdse ‘ervaring’ wacht, plus restaurant, en geen ramen die je benauwenis verlichting zouden kunnen geven in de vorm van een uitzicht. Een paar keer in Het andere België, de nieuwe collectie stukjes uit zijn avondlog, moet Wim Noordhoek (82) gauw naar buiten omdat de voorgekauwde smetteloosheid hem aanvliegt.

Een goede reisleider laat ook weten waar je beslist níet heen hoeft. Hier zijn dat het Antwerpse museum MAS en Museum Van Buuren te Ukkel. Maar er blijft genoeg over waar de oud-radiomaker en schrijver wel begeesterd van raakt: Spilliaert, Van Ostaijen, de bronzen ‘dikke Mathilde’ in Oostende die ooit uitdagend gewend lag naar de zee, ‘gereed met haar goddelijke reet’ (Hugo Claus), maar nu in een vijver naast het Leopoldpark ligt.
Of het Roger Raveel Museum in Machelen aan de Leie, de plaats waar Gerard Reve woonde en begraven ligt, en waar je wél uit ramen kunt kijken: ‘Een blik uit het raam is meteen een blik in het achterhoofd van de schilder.’ Alledaags surrealisme, daar is België goed in; ongerijmdheden, invallen, slordigheden, sleet, cafés en hotels zonder weet van de moderne tijd, dáár valt voor de bezoeker iets te halen. Hij loopt op de eindeloze weg tussen Aalst en Erembodegem, die nadat Louis Paul Boon (geboren in Aalst, gestorven in Erembodegem) zijn meesterwerk had geschreven, werd herdoopt in Kapellekensbaan, en loopt genoeglijk langs verlaten fabrieken met ingegooide ruiten, in de winterzon. Maar eigenlijk loopt hij midden in het hoofd van Boon.
Op zijn beurt loopt de lezer van Het andere België mee op met Noordhoek, in zijn hoofd. Anekdote: hij bezocht W.F. Hermans aan het eind van diens leven in zijn Brusselse woning, en zei dat hij had moeten lachen om het surreële De God Denkbaar Denkbaar de God (1956). Hermans: ‘‘O ja, ik heb twee een beetje debiele nichtjes. En die hadden er ook zo om moeten lachen”.
Behalve schrijven en radiomaken kan Noordhoek goed lezen, wat is te zien aan de mooie citaten uit Van de Woestijne en Lodewijk van Deyssel, die in La Roche (Ardennen) high raakte van het landschap waar op een zondagochtend ‘door lage ronde zwarte hoedjes zich verkantoorbediendehoofdende boeren hun stijve rust ommedwaalden’ met op de achtergrond ‘begrommellommerende, donkerklompige, blokdommelende hoogrotsingen’.
Zeer fraai is de foto van de schilder Tytgat in de deuropening van het huis dat hij in 1924 kocht, en waarvan de voordeur zich tot 1927 drie meter boven de grond bevond, omdat de straat nog aangelegd moest worden. Hij kon drie jaar lang zijn huis alleen via de kelder aan de tuinzijde binnenkomen. Noordhoek is toch even gaan kijken. Je kunt er nu uiteraard door de voordeur naar binnen.
In het dorp Cuesmes (Borinage) woonde Van Gogh ooit in bij een mijnwerkersgezin. Noordhoek gaat op pelgrimage en vindt het huisje in het bos. Het regent, en hard ook. ‘Gesloten. Het staat scheef en wordt gerestaureerd.’ De lezer van Het andere België begrijpt: Wim was nog net op tijd.
Wim Noordhoek: Het andere België
Avanti, € 15 (incl. porto); bestellen via yolnus@xs4all.nl
