Het was een prachtige midzomerdag in 1840 toen kapitein Thomas Crowe, meester aan boord van het stoomschip Edinburgh Castle, aanlegde bij de London Bridge om een groep mannen op te pikken die over Het Kanaal gebracht wilden worden tijdens ‘een pleziertocht’. Het moest wel een stijlvol gezelschap zijn, met zijn acht paarden en twee koetsen plus enkele kisten met drank en lekkernijen. De 56 opvarenden vormden een gemengd gezelschap: van keurige heren tot duidelijk van straat geraapt Italiaans en Pools rapaille. Kapitein Crowe vond het wel vreemd dat er geen vrouwen bij waren, toch een noodzakelijke toevoeging als het om feesten ging. Maar hij werd goed betaald en stelde geen vragen.

Als allerlaatste stapte prins Charles-Louis-Napoleon-Bonaparte (1808-1873) aan boord, volle neef van de ‘grote’ keizer Napoleon. Hij had vertraging opgelopen omdat hij de spionnen van de Franse koning, die niet mochten weten dat hij op weg was naar Frankrijk, op een dwaalspoor moest brengen.
Koning Louis-Philippe (1773-1850) vreesde terecht dat het naar Londen verbannen lid van de familie Bonaparte plannen had om een coup te plegen en wilde hem graag buiten de grenzen houden. Maar hij had de ambitie van de pretendent zwaar onderschat, wiens doel was zijn zegetocht in Boulogne te laten beginnen om in Parijs op het velours te eindigen.
Pas toen het schip de Franse kust naderde, rond twee uur ’s ochtends, werd het kapitein Crowe duidelijk wat de werkelijke plannen waren, toen hij een deel van de gasten, gewapend en in militair uniform, uit de buik van de Edinburgh Castle zag komen. Nog in Engeland had een van de meegereisde kornuiten een tamme aasgier gekocht, die enigszins op een (keizerlijke) adelaar leek. Aan boord werd de vogel geleerd hoe hij een verborgen stukje vlees uit de hoed van de pretendent moest pikken zodat het op het moment suprême zou lijken of God hem, en niemand anders, had verkozen om de nieuwe machthebber te worden. De ‘adelaar’ boven het hoofd van de uitverkorene als hemels bewijs.
Pretendent Louis gaf opdracht zijn manschappen in het plaatsje Wimereux aan wal te brengen, vanwaar ze te voet naar Boulogne zouden trekken. Daar aangekomen marcheerde de prins vol zelfvertrouwen naar een wachthuisje van het 42ste Koninklijk Regiment waar hij de aanwezige militairen opriep met hem naar Parijs te trekken om de koning af te zetten. Toen de dienstdoende sergeant weigerde, trok het opstandige gezelschap naar de barakken van het regiment alwaar een omgekochte luitenant had gezorgd voor een groep overlopers. Deze Aladezine had verkondigd dat de revolutie in heel Frankrijk was uitgebroken en dat het afzetten van de koning een kwestie van dagen was. Hieraan meewerken was een erezaak. Maar de zogenaamd afwezige hoogste officier, kapitein Col-Puygellier, kwam fanatiek tussenbeide door zwaardzwaaiend ‘leve de koning’ te roepen. Tegen Louis zei hij ‘je mag me doden, maar ik zal mijn plicht blijven doen’. Er ontstond een schermutseling tussen de prins en de kapitein. Een soldaat die tussenbeide kwam, kreeg een kogel uit Louis’ pistool door zijn hand. Het bloed maakte vrijwel onmiddellijk een einde aan de loyaliteit van de overlopers, zodat het uit Engeland gekomen gezelschap er ineens heel alleen voorstond. De prins riep zijn mensen op zich te verzamelen bij de Zuil van de Grande Armée en trok door straten waar al pamfletten hingen die zijn overwinning aankondigden. “De glorie en eer van het land waren met mij in exil gegaan, maar, Fransen, zij zullen met mij terugkeren.” Intussen had de Nationale Garde zich over de stad verspreid in de overtuiging dat het om een Engelse invasie ging. De betrekkingen tussen de twee landen waren in die jaren immers niet al te best.
Het werd allengs duidelijk dat noch het leger, noch de nationale Garde, noch het volk achter Louis’ plannen stond. Onder het huis Orléans was Boulogne welvarend geworden, mede dankzij het toerisme, en de gegoede burgerij had geen belang bij een nieuw regime. Er bleef weinig anders over dan vluchten naar de Edinburgh Castle, die in de haven van Boulogne had moeten liggen, ware het niet dat Crowe het bevel had gekregen zijn schip aan de Franse autoriteiten te overhandigen. De buitenlandse huurlingen gingen er als eersten vandoor, bergaf richting de zee. De soldaten en officieren volgden, op de hielen gezeten door de Nationale Garde. Er vielen schoten, er kwamen enkele ‘veroveraars’ door verdrinking om, maar Louis wist zich samen met een kolonel vast te klampen aan een boei in de havenmonding. Een correspondent van de Times, die zich toevallig in Boulogne bevond, en zag hoe de pretendent gevangengenomen werd, noteerde het volgende: ‘Ik ving een glimp op van Louis Bonaparte. Arme duivel! Hoe een man met vijftig volgelingen gedacht kan hebben een leger op de been te brengen in deze vreedzame provincie kan ik niet begrijpen. Hij moet verkeerd ingelicht zijn.’
Louis kreeg toestemming droge kleren aan te trekken in het douanegebouw voordat hij met andere gevangengenomen officieren werd overgebracht naar de Vieux Château-gevangenis. Hoewel ze zwaar bewaakt werden, was hun gevangenschap nogal comfortabel. Dat was mede te danken aan het vrouwelijk personeel dat op de een of andere manier gecharmeerd was van de opstandelingen en vooral van hun leider. Volgens de Times zorgden vrouwen voor ‘manden vol champagne, bourgogne, wild, patés en allerlei soorten fruit’.
‘Dit gaat komedie te boven,’ stond er in de Journal des Débats. En in La Presse: ‘De man heeft hart noch hersens.’ Koning Louis Philippe liet Louis Bonaparte terechtstaan in Parijs. Het werd niet de door hem gewenste doodstraf, maar levenslang in het fort Ham, in de buurt van Saint-Quentin, waar hij een luxeleventje leidde en twee zoons kreeg van Alexandrine Vergeot, die in het poorthuis van het kasteel woonde en de was voor de gevangenen deed. Hij had verder alle tijd om onderzoek te doen, onder meer naar de vraag hoe armoede bestreden kon worden.
In de lente van 1846 wist hij verkleed als arbeider Ham te ontvluchten en via omwegen zijn ballingsoord Londen te bereiken. Dit was niet het eerste en ook niet het laatste fiasco dat hem zou achtervolgen, maar prins Louis werd uiteindelijk toch keizer Napoleon III, een positie die hij tussen 1852 en 1870 bekleedde.
