Jaargang 10 • Verschijnt tweewekelijks • Losse nummers € 4,90

Het korte leven van Jotie T’Hooft

door | sep 15, 2026

‘Op een dag zal ik weg zijn en wat dan?’ Drie zangerige stemmen die dit citaat door elkaar spreken, vormen de aanloop naar de podcast Joootie, over de veelbelovende Vlaamse dichter Jotie T’Hooft, die in 1977 op 21-jarige leeftijd een eind aan zijn leven maakte. De stemmen zijn van Hanna Mensink, Winter de Cock en Robbe Embrechts, drie jonge Vlaamse theatermakers die ‘geobsedeerd’ zijn door Jotie. Zijn gedichten zijn weliswaar een halve eeuw geleden geschreven, maar ze zijn nog springlevend en zouden zomaar van vandaag kunnen zijn.

Echt vergeten is Jotie T’Hooft nooit. Hij bevindt zich echter in de marge, daar waar cultdichters doorgaans verblijven. Deze drie twintigers halen hem daar weg, zij zoeken ‘de mens achter de mythe’. 

Ze gaan naar Oudenaarde, de provinciestad waar Jotie opgroeit. Ze bezoeken de kraamkliniek waar zijn moeder hem in een gipsen korset ter wereld bracht. ‘Moeder, gij hebt mij moeizaam uitgespuugd,’ zo dicht hij in zijn bundel Junkieverdriet (1976), ‘in uw hagelwit harnas gemetseld zijn wij samen door de tijd verwond’. Jotie loopt niet in de pas. Hij heeft lang haar, gaat van school naar school en is vanaf zijn dertiende depressief. Hij komt zeven weken in een verbetergesticht terecht, waar hij medicatie krijgt voorgeschreven. De stap naar illegale drugs is daarna makkelijk gezet, en die zullen tot zijn vroege dood zijn leven bepalen.

Jotie wordt omschreven als een neo-romanticus met een geur van thanatos om zich heen. Hij trouwde op negentienjarige leeftijd met zijn vriendin Ingrid Weverbergh, die hem vooral herinnert als een jongen met een prachtige stem die in mooie volzinnen sprak. “We praatten en praatten. We deden alles samen, vooral veel beminnen. En dat werd abrupt afgebroken.” Hij was gefascineerd door de dood. “Maar,” zegt Ingrid, “de zon scheen ook en er was optimisme.” Wanhoop en geluk liggen dicht bij elkaar.

Jotie liep in jurken, lakte zijn nagels en schreef gedichten. Die fluïditeit werd toentertijd niet gewaardeerd in Oudenaarde. Tegelijk steeg hij als achttienjarige als een komeet in de Vlaamse letteren. Tom Lanoye ziet in de gedichten van Jotie ‘een universele kracht’. Tegelijk voelt hij ‘grote huiver’ wanneer Joties gedichten alleen nog gelezen worden in het licht van zijn verslaving en latere zelfmoord.

Juist daar wordt uitgebreid over gesproken in de tweede aflevering, ook met deskundigen. Liever had ik wat meer gedichten gehoord.

Podcast (2 dln): Joootie; Docs # 283,#284, NTR VPRO

PROEFABONNEMENT
4 NUMMERS VOOR € 16