Vijf jaar geleden debuteerde Judith Fanto (pseudoniem van Geertje Judith van den Heuvel, 1969) met de roman Viktor, geïnspireerd op de lotgevallen van haar Weens-joodse familie. Het verhaal over de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland in 1938 en de doorwerking daarvan in de familie bezorgde Fanto een groot succes.

In de opvolger Narcis is Wenen in 1938 opnieuw het brandpunt. De verteller is Hermann Loch (Haarlem, 1906), zoon van een drankzuchtige Oostenrijkse officier. Als zijn moeder na een ongeluk sterft, krijgt ‘Manno’ onderdak bij de bozige tante Edmonda in Wenen, alwaar zij voorzien van hoed, jurk en eau de cologne (4711) beroepsmatig heren gezelschap houdt. Om die reden heeft de fijnbesnaarde Manno, die restaurator van oude schilderijen wordt, altijd een afkeer van dat luchtje gehouden.
In zijn tienerjaren krijgt hij een goede vriend, Béla Andrássy, die al vroeg ontdekt homoseksueel te zijn en die een nóg iets delicater beroep gaat uitoefenen: geurcomponist. In zijn huislab ontwikkelt hij zelfs voor een modehuis het parfum Bela Narcisa, met als hartnoten narcis, hyacint, sering, kruidnagel en roos, en dan heb ik de topnoten en de basis nog niet eens genoemd.
Het is de moeite waard om in deze roman door het Wenen van de jaren twintig en dertig te lopen, want via de ogen en neusvleugels van Manno en Béla krijgen we alle kleuren en geuren voorgeschoteld, van de koffiehuizen tot en met de uitstapjes naar een dorp met een meer. Er ontstaat een club van zes vrienden en vriendinnen, waar van alles tussen zit: homo, jood, socialist, nazi, communist en min of meer neutrale. Dat gaat best lang goed samen. Tot het fout gaat, als de nazi’s het land binnentrekken en iedereen tot drastische keuzes dwingen. Een vriend kan dan een vijand worden. Béla, die zich niet schaamde voor zijn geaardheid, is al snel na een tip (van wie?) afgevoerd naar Dachau.
Manno keert terug naar Haarlem, waar hij restaurator wordt bij het Frans Hals Museum. Hoe hij de oorlog hier doorkomt, levert een spannend verhaal op. Intussen heeft Fanto veel van de lezer gevraagd door alle personages een opgeschroefd register aan te meten, alsof de boektitel een vrijbrief is voor geparfumeerdheid. Speelt er iemand viool, dan zucht een vriendin: ‘Een streling voor de trommelvliezen.’ Vindt Manno zijn tante dood in haar huis, dan staat er: ‘Haar gezicht leek op de weerspiegeling van de maan in een beek: onvast en vervormd.’ Melancholieke Manno: ‘Met de laatste anjers in het Stadtpark verwelkte mijn levenszin.’
Als hij aan Béla uitlegt wat haarlemmerolie is: ‘Een in mijn geboortestad door Claes Tilly gebrouwen goedje van terpentijnolie, natuurhars, lijnolie en kruiden.’ Het is wel waar, maar wie práát er zo? Ja, Béla dus: ‘Mijn ouders bezaten een klein chateau in de buurt van het Balatonmeer – best charmant, maar toen ze het kochten al zo vermolmd als het keizerrijk zelf.’
Judith Fanto heeft, voor de fans, ook een parfum laten ontwikkelen. Vergeet niet daar wat van op te doen alvorens Narcis op te pakken, want enige mild stemmende bedwelming kan geen kwaad.
Judith Fanto: Narcis. Ambo/ Anthos, € 24,99
