Het mysterie achter de horizon is een krachtig literair gegeven. Ergens lokt een open toekomst die het hier en nu draaglijk maakt. Edgar Laseur, kunsthandelaar te Groningen, zoekt dat in Beiroet, in het nieuwe boek van Gerrit Brand. Al lezend in het in dit verband symbolische Gelobte Land van Erich Maria Remarque hoopt hij in Libanon Arabische kunst te ontdekken. Daarmee is hij van plan zijn galerie nieuw leven in te blazen én afstand te nemen van zijn zieltogende huwelijk met plastisch chirurge Mirjam: ‘De afgelopen jaren brachten ze bitter weinig – té weinig – tijd samen door.’

In Beiroet ontspint zich al gauw een romance tussen Laseur en zijn gids, fotografe Fatima, en net wanneer Edgar en Fatima hun verliefdheid ten volle beleven, valt Hamas op 7 oktober 2023 Israël binnen, met alle botsende gezichtspunten van dien. Een schotschrift wordt Naar Beiroet evenwel niet. Het krijgt alleen een lichtelijk geëngageerde dimensie, wat best mag in een goed boek. De hoofdpersoon staat niet kritiekloos tegenover Israël, maar blijft wel gevoelig voor de complexiteit van het conflict.
Fatima, die een meer Arabische blik heeft, vertoont daarentegen een veel uitgesprokener ethische verontwaardiging. Het kan overigens erger: op de opening van de Groningse tentoonstelling van schilderijen van een Libanese kunstenares staat ineens de echtgenote van de ambassadeur van Libanon te raaskallen over de etniciteit van de Israëli’s. Dat zijn volgens haar helemaal geen Semieten, en dus hebben ze geen enkel recht op hun land.
Het geheel is ingenieus opgebouwd. Eerst de Groningse lamlendigheid waarin Laseur klem zit, dan een zinderend en zinnelijk Beiroet, vervolgens een geopolitieke zweer die met veel geweld openbarst en ten slotte opnieuw een Groningse episode waarin kunst en Gaza door elkaar lopen, terwijl Laseurs huwelijk weer wat opleeft. Daarbij heeft Brand een opmerkelijk sobere vertelstijl, die niettemin een vracht aan sensaties oproept: ‘Edgar kijkt naar buiten. Eerste impressie. Lauwe lucht. Zwoele lucht. Verstikkende benzinedampen. Slecht wegdek op de vierbaansweg die van het vliegveld, aan de rand van de stad bij de zee, naar het centrum van Beiroet loopt. Chaotisch verkeer.’
Daar blijft het natuurlijk niet bij. Je ruíkt de plaatselijke gerechten, wordt betoverd door zonsondergangen, vergezichten, tempels, maar zonder kitscherige romantiek. Plastisch realisme is het eerder, doorspekt met discreet engagement, Libanon als metafoor voor een wanordelijke macrokosmos, waarin de microkosmos van twee geliefden – zij het kortstondig – overeind blijft, terwijl de speurtocht naar Arabische kunst gaandeweg vervlochten raakt in een moderne mythe van liefde en oorlog.
Soms richt de verteller zich rechtstreeks tot ons, wat zowel verlevendigend werkt (je hóórt een stem) als ironisch (Brand spot met de conventies van de meer traditionele roman): ‘Nu moeten we even vertellen wie Arthur van den Berg is.’ ‘Maar neem van mij aan dat hij zijn ogen niet van Fatima af kon houden.’
Daarnaast gaat de verleden tijd geregeld over in de tegenwoordige tijd, waarmee het verhaal onveranderlijk aan vaart wint. Ook opvallend: de dialogen worden niet omsloten door aanhalingstekens, maar vormen één vloeiende lijn met de rest. Alles van een verfrissende eigenzinnigheid. Brand op z’n best.
Gerrit Brand: Naar Beiroet; Nobelman, € 27,50
