Waar Regio Amsterdam begint en eindigt, is niet erg duidelijk. Het lijkt te groot om te bewandelen om ‘onder de mensen’ de stemming te peilen. Dus beperken we ons tot enige verkiezingsavonden binnen de ‘de Republiek Amsterdam’: grofweg van Pakhuis de Zwijger aan het IJ en De Burcht bij Artis, via de Koninklijke Industrieele Groote Club op de Dam tot De Balie op het Leidseplein.

PvdA-burgemeester Eberhard van der Laan noemde in 2017, vlak voor zijn overlijden, in zijn afscheidsbrief Amsterdam ‘de mooiste en liefste stad van de wereld’. En deed deze oproep: ‘Zorg goed voor onze stad en voor elkaar.’
Is dat gebeurd? Eh, niet echt, zelfs niet volgens het huidige stadsbestuur van GroenLinks, PvdA en D66. Oud-wethouder Marjolein Moorman (PvdA) zegt nu: “We hebben de ambities realistisch moeten bijstellen.”
Op het oog ziet de stad er mooi uit. En rustig. Je mag er intussen ook niet harder dan dertig kilometer per uur rijden. In de Frans Halsstraat in De Pijp maar vijftien kilometer per uur. Het wachten is op de borden met ‘Surplace!’ erop. Als je de blik van omlaag, van de opengebroken afvalbakken, weer omhoog richt, zie je dit: alles staat keurig in de lak, kan zo weer 750 jaar mee. Een mooie stad dus. Lees: mooie binnenstad.
Wat zien we verder? Dat de hoofdstad, op weg naar verkiezingsdag 18 maart, niet in vuur en vlam staat. Ook de Free Palestine-demo’s zijn routine geworden. Het mooist vonden mijn ogen de debatzaal in De Burcht die H.P. Berlage in 1899 bouwde voor de Diamantbewerkersbond. Wat een juweel, dit paleis voor de zelfbewuste arbeider. Overal oker en rozerode fresco’s die de exodus uit de armoede verbeelden, met stoere voormannen. Daaronder slogans als: ‘De vlam van verzet zal ellende verslinden.’
Verzet? Hét woord dat de regerende politici het liefste zeiden was ‘samenwerking’. De PvdA-man: “Al 750 jaar doet Amsterdam het samen. Gaan we de komende honderd jaar ook doen.”
Er was één vlammend betoog te horen. De spreker: Angelo Alessandro Delsen, SP-leider, dertig jaar en met een interessant cv: ‘Ik ben socialist en politieagent. Mijn moeder is Surinaamse, maar mijn vader komt net zoals ik en mijn broertje en zusje van het woonwagenkamp.’ Allessandro ziet eruit als Boefje of Ciske de Rat, maar praat als burgemeester Zohran Mamdani in New York: “Amsterdam moet een socialistische stad worden.”
Dat kan met Amsterdammers die ‘een revolutionair potentieel’ hebben, zoals hijzelf. Er zijn, zegt hij, 112.000 armen in de stad. Een vakbondsvrouw roept: “Er zijn gezinnen bij wie het water is afgesloten. Die krijgen een zak water voor de deur. Voor de ontlasting en om de handen te wassen.”
Maar het woord revolutie valt nergens, het woord realisme des te vaker. Ook het woord ‘schimmelwoning’ is populair. Bij de politici, die zijn daartegen, en bij enkele boze aanwezigen die erin wonen. Zij verlaten na afloop teleurgesteld het paleis. “De stad van het gas af heet nu ‘isolatieoffensief’. Ha, we kregen een stuk aluminiumfolie voor achter de radiator.”
Als je, bij een muntthee onderweg, de partijprogramma’s doorneemt, valt dit op: het woord ‘economie’ komt er niet of nauwelijks in voor. De meeste werknemers in de stad wonen buiten de stad, en kunnen er niet stemmen. Ruim 60 procent van de begroting van acht miljard komt van het rijk. De oplopende tekorten moeten gedekt met verhoging van de lokale belastingen, OZB (dertig procent in 2025), de parkeerbelasting en de toeristenbelasting. Die moet, zegt men nu unisono, stevig omhoog. Toeristen stemmen ook niet.
Maar misschien zouden ze wel naar dat geplande Eroscentrum gaan. Daar is GroenLinks erg voor. Het GL-program zegt: ‘Sekswerk is werk.’ Sterker: ‘Sekswerk is werk en economie.’ In hun bolwerk Pakhuis de Zwijger is het verkiezingsthema dan ook ‘gemeenschapseconomie’. Geestig wel. Maar dat blijkt te gaan over ‘buurteconomie’ met ‘repairshops’ en coöperaties voor alles, en ook ‘buurtmunten, die ervoor zorgen dat geld lokaal wordt uitgegeven’. Het woord ‘tegelwippen’ kunnen we nu wel iets beter plaatsen, geen buurtmunten voor nodig ook.
In de Groote Club van ondernemend Amsterdam valt het woord economie wel. “Bedrijven trekken weg. Want waar zijn die bruggen over het IJ? Het is veel gespin maar weinig wol.”
In De Balie drukt JA21’er Kevin Kreuger het sterker uit als het gaat om de 22.000 ambtenaren in de Stopera, onder wie driehonderd communicatiemedewerkers. “Amsterdam is kampioen grote woorden. Het stadsbestuur is een marketingbureau, van belastinggeld.”
Het ‘klimaatbeleid’ wordt genoemd. Er zou een gracht verkeersvrij en groen worden gemaakt. Er is nu op de Herengracht 150 meter gerealiseerd, aan één kant.
De titel van debat in De Balie luidt Kneiterlinks. In 2018 verruilde de PvdA de VVD voor de SP. Eric van der Burg was hiermee wethouder af, en daarom chagrijnig: “Links is oké, maar bij kneiterlinks haak ik af.”
Job Cohens doel als burgemeester was ‘de boel een beetje bij elkaar houden’. Dit maakte plaats voor strijd: Amsterdam ging in verzet, tegen rechts Den Haag, en toen tegen Amerika, en toen tegen Israël. Premier Mark Rutte sprak van de ‘witte wijn sippende elite’. Rechts Nederland riep de grachtengordel toe: ‘Ruim je stad eens op en bemoei je minder met Trump en Free Palestine.’
Over al dit verzet ging het in De Balie niet. Het publiek was er niet naar: geen hoofddoek, arme of jongere te zien. Hier zat een keurig zondagochtendconcertpubliek. Of lag dit aan de entreeprijzen voor dit gesprek over de democratie? Die varieerden van elf euro voor jongeren en 16,90 voor de lagere inkomens via 20,50 voor de middeninkomens en 26,50 voor de hogere inkomens. Wat participatie?
In De Burcht staat op de muur de slogan: ‘Solidariteit weerstaat de lokkende stem van het goud.’ In De Balie is de slogan ‘realisme’. Wel toonde hier iedereen zich bezorgd over de toenemende ongelijkheid, segregatie en polarisatie. In De Burcht sloot de FNV-moderator af met: “Ga stemmen.” De bewoner van de schimmelwoning kaatste terug: “Ik zou niet weten op wie. Jullie ideeën zijn verdampt!”
Alleen Ciske de Rat schudde heftig van nee.
En thuis waarschijnlijk ook het niet-uitgenodigde deel van de zestien lijsttrekkers.
Zoals Sheher Khan. Hij is lijsttrekker van het islamitische Denk. Die partij heeft twee zetels in de gemeenteraad, maar is de grootste in Nieuw-West. Hij wil dat het stadsbestuur een exacte etnische afspiegeling is van de bevolking. Mijn ogen zagen die afspiegeling niet. En de peilingen zien die ook niet. De helft – zeg maar: het revolutionaire potentieel – blijft thuis. Van de helft die wel komt, stemt de helft voor deze coalitie. Ergo conclusio: de liefste en mooiste stad is, als je het wandelbereik beperkt houdt, een tevreden gemeenschap.
