Landkaarten zijn zo vanzelfsprekend dat men niet stilstaat bij het verhaal erachter of de keuzes die eraan ten grondslag liggen. Totdat opeens de actualiteit opflakkert. Zoals in augustus 2025, toen de NOS kopte: ‘Afrika wil in het juiste formaat op de wereldkaart.’ Dat is het standpunt van de Correct The Map-campagne, die af wil van de meest gebruikte kaartprojectie, die niet alleen verkeerde afmetingen en verhoudingen weergeeft – het globale noorden te groot en het globale midden te klein – maar impliciet ook gaat over geopolitieke macht.

Het was Mercator die aan het eind van de zestiende eeuw als eerste een boek met geografische kaarten aanduidde als atlas. Het bleek een vruchtbaar idee. Er zijn sindsdien ontelbare atlassen verschenen, en dat zijn echt niet alleen boeken met landkaarten. Wat te denken van de Atlas van geluk, De Bach Atlas of de Atlas gebitsslijtage?
Na Mercator zijn in de loop der eeuwen verschillende vormen van kaartprojectie ontwikkeld – waaronder zeer vernuftige – maar werkelijk ‘eerlijk’ zijn ze geen van alle; echt adequaat is alleen een globe.
Fundamenteel anders is de benadering van het fenomeen geografische kaarten door Henk van Houtum, hoogleraar politieke geografie en geopolitiek aan de Radboud Universiteit en de stuwende kracht achter het Nijmegen Centre for Border Research. Van Houtum is een expert in Europees grensbeleid, grensconflicten, nationale identiteitspolitiek, cartografie van grenzen en migratie. In zijn boek Free the map bepleit hij een radicaal andere wijze van het kijken naar en gebruik van kaarten. Grenzen zijn zoveel meer dan een paar enkelvoudige lijnen, migranten zijn mensen van vlees en bloed, geen pijlen op een landkaart.
Van Houtums pleidooi behelst niet minder dan een paradigma-shift. Door de kaart te ontdoen van conventionele vormen, benadering en symbolen ontstaat ruimte voor een andere beeldtaal die beter aansluit bij individuele emotie en ervaring. Hij geeft aan dit streven een principiële impuls met zijn oproep om de figuur van Atlas die de globe op zijn nek torst, te vervangen door diens kleinzoon Hermes, die vleugels aan helm en voeten draagt en altijd onderweg is.
De aanduiding ‘Hermes’ schept ruimte voor een andere benadering van kaarten: niet langer uitsluitend als onwrikbare weergaven van natiestaten middels min of meer vaststaande schema’s en symbooltalen, maar meer als aansprekend vormgegeven grafische verbeelding van zoiets als mobiliteit, of van de manier waarop mensen contact aangaan en verbinding leggen.
Voorbeelden die Van Houtum hierbij aanhaalt, zijn kaarten die zijn vervaardigd door grafisch ontwerpers, reizigers, ngo’s en activisten. We maken kennis met een begrip als experience-mapping: cartografisch geïnspireerde verbeelding van menselijke ervaringen en emoties, die verbonden zijn met bepaalde plaatsen en een andere kijk bieden op grenzen. Hoe breng je in kaart wat migratie doet met mensen? Voor diehard-cartografen is subjectiviteit als leidraad voor het maken van kaarten natuurlijk even wennen, maar binnen Van Houtums pleidooi past het naadloos.
Bij het fabriceren van dit soort Hermes-achtige kaarten moeten andere makers worden betrokken. Zoals de kunstenaars, onderwijzers en designers die nu al werken vanuit zogeheten maplabs: dynamische laboratoria waar vanuit verschillende invalshoeken wordt samengewerkt aan cartografische producten. Voor een impressie zie https://freethemap.org/
Henk van Houtum: Free the map. From Atlas to Hermes. A new cartography of borders and migration
nai010 publishers, € 34,95
