Jaargang 9 • Verschijnt tweewekelijks • Losse nummers € 4,90

P.C. Hooftprijs deed Hans Verhagen de das om

door | apr 29, 2025

Voor een krantenrubriek had ik in april 2009 de dichter Hans Verhagen (1939-2020) gevraagd of hij een lijstje wilde sturen met vijf boeken die indruk op hem hadden gemaakt, liefst voorzien van een korte toelichting. Zijn antwoord bereikte mij na de deadline, maar ging wel vergezeld van een riant exposé. Veel te lang om af te drukken; te mooi om niet te bewaren.

Het begint zo: ‘5 boeken die indruk op me hebben gemaakt. Waarom geen 50, of 500? Dat ware simpeler. En waarom niet een rolletje Leukoplast uit 1953 en een vuurrood pakje Dr. Dushkind-sigaretten uit hetzelfde jaar, of het woeste nachtelijk geloei in de elektriciteitsdraden die vlakbij mijn raam over de Boulevard waren gespannen? Of het beeld van zoveel jaren terug, van mijn moeder op haar sterfbed, haar altijd zachte huid een paar uur voor haar sterven aan kanker al koud en hard als marmer, en mijn machteloze woede omdat ik wist dat haar dood voortijdig was en niet verdiend en ik zou God duidelijk maken dat hij met deze streek de plank volkomen mis had geslagen. Maar dit gaat over boeken.’

Geen antwoord op mijn vraag, dat kwam daarna alsnog, maar dit was eigenlijk veel mooier. Zo heb ik in die tijd nog een paar mails ontvangen, en telkens zag ik hem daarin van een mededeling of stellingname afzwenken, omdat hem onderweg naar een antwoord alweer iets nieuws te binnen was gevallen dat misschien niet de bedoeling was, maar wel de moeite waard, om niet te zeggen: stukken beter.

In het honoreren van invallen was Hans Verhagen zeer bedreven. In zijn gedichten wemelt het van de vondsten die je eveneens verbluffen door hun snelheid: ‘Heb je ten halve gedwaald/ hoef je niet meer dan de helft te zijn vergeten,/ ben je, naar je toegerekend,/ in de context van de constellatie/ voor driekwart geslaagd.’ Of deze kreet, die mij de laatste jaren sterk aan Twitter (X) doet denken: ‘Stralende vlag. Iedereen ging,/ van de vrijheid om tekeer te gaan ten volle profiterend,/ tekeer tegen de verkeerde.’

Voor je het weet, zit je weer in de zevenhonderd pagina’s van Alle gedichten (2017) gedoken. Terwijl de aanleiding om weer eens aan Hans Verhagen terug te denken, vijf jaar na zijn dood, een geheel andere is: in Blaricum is een expositie geopend van zijn schilderijen, en die gaat vergezeld van een prachtig boek: Tekenen van leven. Want Verhagen was niet alleen dichter, programmamaker en journalist, maar in de sombere beginjaren tachtig was hij ook zomaar, zonder opleiding of aanleiding, aan het schilderen geslagen.

Meestal met acrylverf: “Ja, want zie je mij met olieverf in de weer?” zei hij in een interview in Passionate Magazine: “Dat moet dan dagen drogen, dan ben ik allang weer ergens anders. Daar ben ik veel te ongeduldig voor.”
Het mooie van die instelling is dat hij de beschouwer altijd vóór blijft. Heel vaak werd het gedicht ‘Ik ben de maker’ uit de bundel Autoriteit van de emotie (1992) aangehaald als programmatisch, en terecht, want tegenover regels, studie en techniek zette deze autodidact bezieling en oceanen van gevoelens. Mij mailde hij eens dat hij er genoeg van had dat iedereen maar ‘dat kolere gedicht’ citeerde, uit die bundel Autoriteit van de Emotie (ook wel Autorit naar Tripoli genaamd)’. Begrijpelijkerwijs wilde hij niet vastzitten aan een etiket, zelfs niet als dat door citaten uit eigen werk werd geschraagd.

Essentieel was de beweging, die door de dichter soms met behulp van speed moest worden opgevoerd. Maar dan kwám er ook wat. In de jaren tachtig dus was Verhagen op zichzelf teruggeworpen. Het was een grauwe periode, en als om die alvast eigenhandig af te sluiten, begon hij ineens onderbroeken te scheuren en met de spuitbus te bewerken, en maakte hij schilderijen met felle en contrasterende kleuren, want ‘vloekende kleuren bestaan niet’.

We zien de zee (voor hem ook altijd een herinnering aan Vlissingen, waar hij zijn jeugd doorbracht), bloemen, portretten, oceanen, gele vissen, en bloedrode monden. ‘Schetsen of voorstudies maakte hij niet,’ schrijft Gerrit Willems in het boek, waar achterin Joep Bremmers de reden onthult dat Verhagen na 2010 geen nieuwe doeken of gedichten meer maakte: de P.C. Hooftprijs, die hij op 28 mei 2009 kreeg uitgereikt in Den Haag, heeft hem min of meer de das omgedaan: ‘Aan de prijs was een geldbedrag van zestigduizend euro verbonden, hetgeen Verhagen de mogelijkheid gaf om zich over te geven aan overmatig drugsgebruik.’ Hij stierf uiteindelijk in zorgcentrum Beth Shalom in Amstelveen aan de gevolgen van covid.

“Het gelul over kunst kun je eigenlijk zo weggooien,” zei Verhagen ooit in een interview tegen Jan Mulder. Hij begon met deze schilderijen om zijn isolement te doorbreken. Misschien is dat alles wat je moet weten als je je aan deze vloed van kleuren laaft; vitaal en vlammend gebleven werk dat elke zwarte gedachte verjaagt en over de kwaliteit beschikt om, ook nu de maker alweer een tijdje dood is, aan elke bezonkenheid te ontkomen, omdat de inval altijd eerst mag.

Hans Verhagen: Tekenen van leven. Schilderijen
Samenstelling: Richard van den Dool, tekst Gerrit Willems en Joep Bremmers.
Stichting Hans Verhagen; € 30

Expositie t/m 3 mei in kunsthandel Studio 2000, Dorpsstraat 9 BC, Blaricum

PROEFABONNEMENT
4 NUMMERS VOOR € 16