Jaargang 9 • Verschijnt tweewekelijks • Losse nummers € 4,50

Trump in het spoor van Cecil Rhodes

door | apr 4, 2025

President Donald Trump verwees bij zijn inauguratie eerder dit jaar naar de negentiende eeuw, toen Amerika gouden tijden beleefde met vrijbuiters en cowboykapitalisten. Dat moet zijn toehoorders Elon Musk en David Sacks bekend in de oren hebben geklonken. Beiden zijn geboren in Zuid-Afrika; mega-ondernemers met duizelingwekkende vermogens op hun naam en zonder scrupules om zakelijke belangen en politieke macht met elkaar te verstrengelen, en beiden hebben vast gehoord van Cecil John Rhodes. Hij was de aartsimperialist die het Verenigd Koninkrijk wilde opstoten in de koloniale vaart der volken, met het Afrikaanse continent van Kaap tot Cairo aan zijn voeten. Trump en Rhodes lijken in veel opzichten op elkaar.

Het is saillant dat Trumps belofte van een gouden eeuw voor Amerika dit jaar samenvalt met de tiende verjaardag van de ‘Rhodes must fall’-campagne. Op 9 april 2015 zetten studenten van de Universiteit van Kaapstad de nationale erfenis van Cecil Rhodes namelijk bij het grofvuil van de geschiedenis.

Hoe is het mogelijk dat Rhodes, die op 26 maart 1902 overleed, meer dan een eeuw tamelijk ongemoeid werd gelaten toen er toch allerlei ideologische bordjes werden verhangen? Eerst in Zimbabwe, waar Rhodes werd begraven toen het land nog zijn naam droeg: Rhodesië. Later ook in Zuid-Afrika waar sinds de apartheid vooral namen van foute Afrikaners in de ban werden gedaan. Het antwoord is dat Cecil John Rhodes al bij zijn leven in de historiografie van Zuidelijk Afrika een cause célèbre was geworden.

Ten minste 26 biografieën zijn er over hem gepubliceerd. Over een Engelse jongen die vanwege zijn zwakke gezondheid in 1870 op zijn zeventiende naar Zuid-Afrika werd gestuurd en op de diamantvelden van Kimberley met De Beers Consolidated het monopolie zou verwerven over de diamantindustrie. Daarna krijgt hij grote belangen in het goud van de Witwatersrand en onder de vlag van zijn British South Africa Company zoekt Rhodes naar steeds meer land. “I prefer land to niggers,” liet hij zijn gehoor in een van zijn toespraken ooit weten. In 1896 maakte Rhodes een kapitale fout met een mislukte staatsgreep in de Zuid-Afrikaansche Republiek van president Paul Kruger. De Jameson Inval, genoemd naar de arts Leander Starr Jameson, Rhodes’ hondstrouwe steun en toeverlaat, is de opmaat geworden naar de Anglo-Boerenoorlog. Want, het schandaal te boven, heeft Rhodes alles op alles gezet om Kruger alsnog te knechten. Die overwinning heeft Rhodes niet meer meegemaakt. Hij stierf op 26 maart 1902, net voor het einde van de oorlog.

De Zuid-Afrikaanse historicus Paul Maylam beschrijft hoe er al vrij kort na Rhodes’ overlijden een herdenkingscultuur ontstaat met eerst hagiografieën waarin Rhodes wordt beschreven als de idealist, dromend van Afrika onder Brits gezag; niet uit egoïsme maar uit liefde voor zijn vaderland en het land dat hij had geadopteerd. Zelfverrijking was Rhodes in deze lezing vreemd. In die mythe paste ook het beeld van Rhodes als ‘vriend van de inboorlingen’. Pas in de jaren dertig verschijnen de eerste kritische biografieën over Rhodes als de zakenman van het grote geld. Zelfs zijn liefdadigheid was commercieel getint. Het was zo goed als altijd caritas tegen vijf procent.

De Zuid-Afrikaanse Rhodesbiograaf Stuart Cloete stelde in 1946 dat het moderne fascisme bij Rhodes had kunnen beginnen. Hij was volgens hem de eerste man die de zakenwereld politiek naar zijn hand wist te zetten. Rhodes droomde van een elite, een geheim genootschap dat werelddelen zou gaan besturen. Hij intimideerde en dreigde met geweld, hij kocht mensen en partijen. Na de Tweede Wereldoorlog bleven scribenten inhakken op het voetstuk van de Colossus, zoals de Victoriaanse held werd genoemd. De Zimbabwaanse intellectueel Stanlake Samkange verzamelde in 1982 wat Rhodes echt zei over Afrikanen: “Zij zijn het stadium van barbarij nog maar net te boven. Heers over hen als minderwaardigen en houd de sterke drank buiten hun bereik.” Een andere biograaf van Rhodes, Anthony Thomas, zette hem neer als de wegbereider van de apartheid zoals die na 1948 gestalte kreeg. Als parlementariër en later minister-president van de Kaapkolonie was Rhodes inderdaad geobsedeerd door wat toen al ‘die Swart Gevaar’ werd genoemd.

Cecil Rhodes als een man van uitersten; verheerlijkt en verguisd. Toch, schrijft Maylam, is er zelfs in de meest kritische beschouwingen ruimte voor de erkenning van Rhodes’ formidabele persoonlijkheid. Een goed voorbeeld daarvan is de magistrale biografie van Robert I. Rotberg, The Founder, waarin de historicus kiest voor een psychohistorische duiding van Rhodes’ persoonlijkheid. Zo komt die bij Rotberg in 1988 als homoseksueel uit de kast.

Onbedoeld roept het gepsychologiseer van de koude grond wel erg het beeld op van Rhodes als een sneue figuur die het met al z’n rottigheid eigenlijk goed bedoelde. Daar is overigens niets van te merken in Rotbergs beschrijving van Rhodes’ stervensuur. Die ademt de plechtige sfeer van heroïsche tragiek; de colossus mompelt zijn beroemde laatste woorden: “So little done, so much to do.” ‘Die werden er bij mij op school (zijn middelbare school in Rhodesië) ingeramd,’ schrijft Robin Brown in zijn in 2015 gepubliceerde boek over Rhodes’ geheime genootschap. Hij claimt dat de laatste woorden van Cecil Rhodes veel prozaïscher waren: “Turn me over, Johnny” moet hij Johnny Grimmer, een van zijn vele minnaars, op het allerlaatst gevraagd hebben.

Dat de naam van Rhodes nog voortleeft in de 21ste eeuw, is vooral te danken aan de Rhodes Trust, die sinds 1903 wereldwijd studiebeurzen verstrekt. Het is de voortzetting van Rhodes’ droom van zijn geheime genootschap, een kweekvijver van wereldheersers. Maylam weet zeker dat, door dit testamentair vast te leggen, bij Rhodes de overweging heeft meegespeeld dat hij niet alleen educatie een warm hart toedroeg, maar zeker ook zijn eigen onsterfelijkheid. Een slimme zet, want inmiddels zijn er meer dan zesduizend alumni heel trots op hun Rhodes-kwalificatie. Het heeft het prestige van die studiebeurzen geen kwaad gedaan dat Bill Clinton daar deel van is gaan uitmaken. Dan is er nog de fusie van de Rhodes Trust met de Nelson Mandela Fundatie in 2002, bij gelegenheid van de honderdste sterfdag van Rhodes’ overlijden. Daar is verbijsterd op gereageerd. Anthony Thomas noemde het blasfemie om de aanjager van de apartheid te verenigen met de exponent van degene die het met succes heeft bestreden. De geest van Rhodes moet in zijn knokige knuistje hebben gelachen: “Money talks.”

PROEFABONNEMENT
4 NUMMERS VOOR € 15