Jaargang 10 • Verschijnt tweewekelijks • Losse nummers € 4,90

Verpletterende doorbraak bleef uit

door | sep 4, 2026

Hoe zou het leven van de langdurig als ‘veelbelovend’ aangeduide kleinkunstenaar Wim Hogenkamp er hebben uitgezien als hij nog had geleefd? Op zondagmiddag 5 februari 1989 werd hij, 41 jaar oud, in zijn woning aan de Amsterdamse Nicolaas Maesstraat doodgeschoten. De toedracht van het misdrijf is nog steeds een raadsel. Het slachtoffer was aidspatiënt, bijna blind, moeizaam ter been en ten dode opgeschreven. Het politieonderzoek stagneerde bij twee scenario’s: mogelijk werd de zanger vermoord door een wraakzuchtige sekspartner die hij niet over zijn besmetting had ingelicht óf het pistool werd in handen gedrukt van een bekende met het verzoek hem uit zijn lijden te verlossen.

Vijf jaar geleden schreef Argus: ‘Er zou een meeslepende biografie over Wim Hogenkamp te schrijven zijn, maar wie wil die lezen? Zo beroemd was hij niet.’ En kijk eens aan, die meeslepende biografie ligt er nu. Studentendecaan Marc Didden uit Hoensbroek (niet te verwarren met de gelijknamige Vlaamse journalist en filmregisseur) beschreef in ruim driehonderd pagina’s het drama van het meervoudige talent wiens carrière abrupt met twee kogels werd gesmoord.

Hogenkamp kwam in zijn beginjaren moeizaam aan de bak. Als gediplomeerd etaleur schreef hij de verveling van zich af met drie musicals (twee werden prompt afgekeurd) en liedjes die hij na nachtelijke herlezing in de gracht gooide. Er bleven geen proeven van zijn prille probeersels bewaard. Afgewezen door de kleinkunstacademie: ‘Ze vonden hem met zijn 22 jaren te oud.’ Dan maar gids op een rondvaartboot. Hij vond het ‘enig’ om toeristen in de maling te nemen: ‘De grootste onzin heb ik verteld. Ik heb de Westertoren voor de Eiffeltoren verkocht.’ Vrienden schoten in de lach als hij in een restaurant ‘stiekem gekke gezichten trok’. Uit ergernis over een vrouw die zich bij de ober beklaagde over een verstopt zoutvaatje draaide hij de dop los en stortte al het zout in haar soep. Geen prettig mens in de omgang, kortom, maar dat was ongetwijfeld het gevolg van frustratie over het uitblijven van erkenning, roem en applaus waar hij naar snakte.

In 1972 kwam hij eindelijk als artiest van de grond toen hij met drie rolletjes op één avond op tournee mocht met de musical Hair. Het schnabbelcircuit lachte hem toe, maar uiteindelijk bleek dat hij optimaal tot zijn recht kwam met creaties die hij zelf had bedacht. Als tekstschrijver triomfeerde hij met De mallemolen waarmee Heddy Lester in 1977 het nationaal songfestival won. Een jaar later werd het door hem vertolkte Afscheid bekroond met de Louis Davidsprijs. ‘Flexibel, diepzinnig, vol variatie en intelligent,’ oordeelde de jury. ‘Je zult zien, je wordt een heel groot artiest,’ voorspelde Toon Hermans tijdens de uitreiking. Voor zijn elpee Heel gewoon (de voor de Duitse markt vertaalde variant heette Stinknormal) kreeg hij een Edison.

 Hogenkamp werd vergeleken met Wim Sonneveld en Frans Halsema, maar bovenal met Robert Long, die hij de loef afstak door diens rol in de musical Swingpop over te nemen. “Hij wilde laten zien: wat jou niet lukt, lukt mij wel,” veronderstelt een voor het boek geïnterviewde producer. Incidenteel verscheen hij met z’n kop op de buis, maar de verpletterende doorbraak bleef uit. Zijn ‘confusical’ (woordspeling!) De Ballen met Gerrie van der Klei beperkte zich tot de schuifdeuren van het Garden Hotel, en in de door hem gerunde Suikerhof aan de Amsterdamse Prinsengracht brachten uitvoerende artiesten zélf de gerechten rond. Kleine lamp, groot licht.

Marc Didden heeft Wim Hogenkamp, voetnoot bij de Nederlandse kleinkunst, met zijn biografie met terugwerkende kracht het gulle applaus bezorgd dat deze tijdens zijn leven zo wanhopig najoeg.

Marc Didden: Het verschijnsel Wim Hogenkamp; Just Publishers, € 23,90

PROEFABONNEMENT
4 NUMMERS VOOR € 16