In april 2027 vinden de Franse presidentsverkiezingen plaats. De race om het pluche in het Elysée dreigt rommelig en onvoorspelbaar te worden. Emmanuel Macron mag zich volgens de grondwet niet voor een derde keer achter elkaar kandidaat stellen, dus die doet niet mee. Rondom de huidige president wemelt het inmiddels van centrumrechtse kandidaten die zich allemaal afvragen: ‘Waarom ik niet?’ Twee voormalige premiers denken een kans te maken: Edouard Philippe, die herkozen is als burgemeester van Le Havre, en Gabriel Attal, aanvoerder van de Renaissance partij van Macron. Philippe maakt met een prognose van 25,5 procent van de stemmen bij de eerste ronde op dit moment de meeste kans het op te nemen tegen de zeer rechtse Rassemblement National (RN).

De voorlopige voorspellingen geven aan dat de enige partij die kan rekenen de tweede en beslissende ronde te halen de RN is, aangevoerd door Marine Le Pen (als haar kandidatuur niet wordt afgewezen wegens bewezen corruptie) of haar beschermeling Jordan Bardella, die volgens de jongste peilingen 38 procent van de stemmen zou krijgen. Ook op links zijn er tal van aspiranten en ook daar wordt men het niet eens wie de voortrekkersrol moet spelen. Het risico van zo veel kandidaten is een versnippering van de stemmen en dat zou vooral voor de partijen ter linkerzijde van de RN slecht nieuws zijn.
De Fransen weten intussen ook dat voorspellingen bij presidentsverkiezingen zelden uitkomen. Pas enkele weken voor de grote dag wordt meestal duidelijk wie de hoogste ogen gooit. Wie er ook wint, hij of zij zal ten minste een half jaar weinig beleid kunnen voeren. De over het algemeen zo belangrijk geachte eerste honderd dagen van een nieuwe president gelden niet voor Frankrijk. De keuze om in april verkiezingen te houden betekent dat de ontbinding van het parlement en de verkiezing die daarop volgt niet voor eind mei rond zijn. De nieuwe afgevaardigden nemen hun zetel eind juni in, vlak voor de ‘grote’ vakantie van twee maanden.
Vanaf 14 juli is Parijs leeg, een bijzondere vergadering uitroepen in augustus is ondenkbaar. September wordt gezien als de maand van de rentrée sociale, waarin de vakbonden dreigende taal uitslaan en op stakingen aansturen. Er zijn betere manieren om als president van start te gaan dan het uitlokken van massale protesten. In oktober kan de bewoner van het Elysée eindelijk aan de slag, 170 dagen na de verkiezingen. Meestal is de populariteit van de president dan al flink gezakt. Kon Macron in 2017 bij zijn eerste verkiezing nog op 64 procent van de Franse stemmen rekenen, in oktober was zijn populariteit gezakt naar 42 procent, aldus het onderzoeksbureau Ifop. Macrons voorgangers viel een nog erger lot ten deel, aangezien zij geen tweede termijn wisten te bemachtigen.
De eerste presidentiële verkiezingen van de Vijfde Republiek vonden plaats in december 1958, met Charles de Gaulle als winnaar. Er bleef toen genoeg tijd over om vóór de zomervakantie dringende zaken op de rails te zetten. Diens opvolger, Georges Pompidou, stierf in april 1974, waarna verkiezingen in die maand nodig waren. Sindsdien is april als ‘vaste’ maand blijven hangen, alle nadelen ten spijt.
Het dringend advies aan Macron moet luiden: vervroeg de verkiezingen door edelmoedig en patriottisch een half jaar eerder op te stappen en zo zijn opvolger voldoende startruimte te geven. Zo verhoogt hij bovendien zijn kans om in 2032 opnieuw de meest succesvolle kandidaat te zijn. Volgens ingewijden heeft hij die ambitie, en hij is tegen die tijd pas 55.
