De frieten in het restaurant zijn aan de kleine kant. Anders dan bij de kroketten uit de dichtregel van C.B. Vaandrager geldt dat niet alleen in het Madurodamse restaurant, maar op alle locaties waar de ambachtelijke bereiding van friet usance is. Harde cijfers zijn er niet, maar naar schatting is het gemiddelde frietje sinds de jaren tachtig gekrompen van 11 naar 9 centimeter. Als er niets verandert, ligt er aan het eind van het huidige decennium een krimp tot gemiddeld 7 cm in het verschiet.

Veel aardappelknollen ontberen de voor friet gewenste lengte. En het zal de klimaatverandering weer eens niet zijn die daaraan debet is. Langdurige droogte, intense nattigheid en tropische temperaturen verstoren de laatste jaren de groeicyclus en bezorgen de aardappelknollen stress. Kleinere knollen, lagere opbrengsten en kwaliteitsverlies zijn ons deel.
Kortom, de frietaardappelen op het land snakken naar een stabiel klimaat. Vooralsnog is dat wensdenken. Naarstig wordt er dus gewerkt aan beter waterbeheer en de ontwikkeling van robuuste aardappelrassen die een periode van aanhoudende droogte beter kunnen doorstaan. De producenten van diepvriesfrieten denken naast klimaatadaptie ook aan frietadaptie. Al een tijdje zijn er van aardappelpoeder gemaakte frieten, in elke gewenste vorm en lengte, en frieten in minder lengtegevoelige vormen, zoals kringelfriet en kreukel- friet. Het aan elkaar plakken van ondermaatse frietstaafjes tot een frietstaafje van een respectabele lengte verkeert nog in de experimenteerfase.
Wie van ernstige frietkrimp in zijn eet- en snackpraktijk nog niets heeft gemerkt, haalt zijn friet vast bij McDonald’s of krijgt thuis dan wel buitenshuis altijd diepvriesfriet voorgezet. Grote afnemers zoals McDonald’s en de producenten van diepvriesfrieten hebben de eerste keus en kapen de kloekste onder de frietaardappelen weg. McDonald’s presenteert zijn klanten immers graag een aantrekkelijk tuiltje frietjes van verschillende lengtes, van 6 tot 12 centimeter, in de rode waaiervormige bakjes. Bovendien oogt een bakje gevuld met het standaardgewicht aan korte frietjes schamel.
Bij de schaarste aan frietaardappels van een prettig formaat leggen de zelfstandige frietverschaffers het af tegen de machtige marktpartijen. In België, waar het tekort aan aardappelknollen van voldoende lengte minstens zo groot is als bij ons, telen sommige frituristen met een eigen frietkot inmiddels zelf hun frietaardappelen.
Ook thuisfrituristen hebben het nakijken. Zelfs in zakken speciale frietaardappelen uit de supermarkt zitten exemplaren die gezien hun lengte het predicaat frietaardappel niet verdienen. In België hebben ze een oplossing: minifrietjes in twee bereidingen, namelijk stro-aardappeltjes die 2 mm dik zijn en luciferfrietjes die 4 mm aan dikte meten. Stro-aardappeltjes zijn alleen met een mandoline goed te snijden. In mandolineloze huishoudens zijn met wat handmatig precisiesnijwerk luciferfrietjes een haalbare optie.
Verhit 1,5 liter frituurolie tot 180 graden. Schil per portie 150 à 200 gram frietaardappelen. Schaaf ze met een mandoline in staafjes van 2 bij 2 millimeter dikte. Spoel ze af in koud water, laat ze goed uitlekken en spreid de aardappelstaafjes uit over een schone theedoek. Leg er een tweede theedoek op en dep ze goed droog. Frituur de stro-aardappelen in kleine porties goudbruin in de hete olie. Blijf er wel bij, het is in een mum van tijd gebeurd. Bestrooi ze met een beetje zout voor het serveren.
Zo zijn de frietjes van eigen hand krokant maar aan de smalle kant.
