Kunstenaar Daniel Slats reactiveert via een computerprogramma de stem van zijn overleden vader. ‘Hij liet me weten dat hij trots op me is.’

Als de verslaggever een telefoonhoorn in handen wordt gedrukt, hoort hij aan de andere kant van de lijn een bekende stem: “Met Jos.” Na de wederzijdse begroeting noemt Jos zijn gesprekspartner bij de voor- en achternaam. “Van Vrij Nederland toch, vroeger?” Ooit waren ze collega’s bij hetzelfde weekblad. “Daniël vertelde me dat je geïnteresseerd was in dit project en dat je zou komen kijken. Dat raakte me echt,” vervolgt Jos. Althans: zijn stem. Jos zelf is al vijf jaar dood.
Jos Slats (1959-2021) werkte negen jaar bij Vrij Nederland, waar hij (vaak met Marian Husken) grossierde in onthullingen over de IRT-affaire, XTC-handel, deals van criminelen met Justitie, over de IRA in Nederland, over pogingen van de VS en Nederland om van Bouterse af te komen. In 1994 stapte hij over naar de Volkskrant. Zes jaar later begon hij bij de televisie. Als onderzoeksjournalist bij het KRO-programma Reporter beet hij zich vast in schimmige affaires als de JSF (de straaljager waar Nederland veel te veel voor betaalde), wapens van het ondergrondse verzetsnetwerk Gladio die in handen van criminelen vielen, infiltratie van de AIVD in de Hofstadgroep.
Slats was een immer goedgemutste, harde werker. Motto: journalistiek kan de samenleving fatsoeneren door de vinger op de zere plek te leggen. In 2008 werd hij getroffen door leukemie. Sindsdien zou zijn broze gezondheid bijna zienderogen verslechteren, al zou hij nog tot 2019 in dienst van de omroep blijven. In 2020 vestigde hij zich met zijn echtgenote Louise in Spanje met de bedoeling zijn ‘reservetijd’ zo prettig mogelijk door te brengen. In december 2021 overleed hij in bijzijn van naaste familie-leden in een Spaans ziekenhuis.
Zijn enige zoon, beeldend kunstenaar Daniel Slats (32), lijkt zo sterk op zijn vader dat hij zichzelf niet hoeft voor te stellen in de Amsterdamse expositiehal Loods 6 waar hij Argus zal rondleiden op de groepstentoonstelling O vader, kom huiswaarts. Op uitnodiging van curator Humyar Pourseyf vervaardigden twaalf kunstenaars een werk ter nagedachtenis van hun overleden vader. ‘In het aangezicht van de dood zijn wij allen slechts mensen,’ mijmert de catalogus.
De inzendingen varieerden van een geluidscollage, glassculpturen, voorwerpen die voor nabestaanden een emotionele waarde hebben (een voetbal, een sudokupuzzel) tot een videomixage. Noa Jansma drapeerde een picknickkleed op de grond dat uitnodigde om languit naar het plafond te staren waarop macroscopische opnamen van krioelende microben in de aarde rond het graf van haar vader werden geprojecteerd.
De tentoonstelling was helaas maar veertien dagen te zien en werd kortgeleden beëindigd. De bijdrage van Daniel Slats bestond uit de installatie ‘Met Jos’ – een titel die verwees naar de reflex die zijn vader uitsprak bij het opnemen van de telefoon. Op het scherm van een kleine televisie kwam intussen non stop het geruchtmakende interview voorbij dat Jos Slats in 2014 maakte met burgemeester Eberhard van der Laan, die mocht uitleggen hoe het mogelijk was dat dubieuze pandjesbazen een vermogen verdienden aan pogingen om criminaliteit in de hoofdstedelijke prostitutiebranche terug te dringen.
In een vitrine lagen nagelaten relicten uitgestald: het duikbrevet dat vader Slats (samen met de toen tienjarige Daniel) in de Egyptische badplaats Hurghada haalde, een glazen potje met as van de overledene, zijn inmiddels tot op de draad versleten favoriete overhemd.
Een centrale plaats in het kunstwerk was ingeruimd voor een rode zuil, geïnspireerd door de gele praatpalen die vroeger langs de snelweg stonden om in geval van nood de ANWB te bellen. Nu was er een klassieke, rood geverfde telefoonhoorn met een snoer aan de zuil bevestigd. Wie daar zin in had, kon bellen ‘met Jos’. Aan het kunstwerk lag volgens de maker een basale gedachte ten grondslag die iedereen wel kent: hoe zou het zijn om te praten met een dierbare die de aarde heeft verlaten?
De maker streefde geen spirituele communicatie met het hiernamaals na. Gewoon een gesprek over alledaagse dingen en die vertrouwde stem weer eens horen was genoeg.
“Ik heb daartoe,” zegt Daniel Slats, “alles verzameld wat ik van mijn vader kon vinden: artikelen, brieven, foto’s, alles was bruikbaar. Ik heb al zijn documentaires voor de publieke omroep opnieuw bekeken, met de bedoeling die in een kennisbank te verwerken. Jos deed geen voice-overs, meestal hoorde je alleen zijn stem als hij een vraag stelde. In totaal heb ik veertig minuten van zijn stem bij elkaar kunnen sprokkelen, voldoende om met een computerprogramma een kloon van zijn stem te kunnen maken.”
“Ik wilde weten wat het met mij zou doen om weer met hem in gesprek te gaan. Dat was heftig, alleen al om te horen dat hij mijn naam uitsprak. Ik denk dat elke nabestaande rondloopt met dingen die hij of zij nog aan de overledene kwijt zou willen. Mensen schrijven brieven aan een geliefde die er niet meer is. Ik hoorde het verhaal over een moeder die berichtjes bleef sturen naar de telefoon van haar dochter die ze verloren had. Op een dag kwam er tot haar schrik een antwoord terug. Ik weet niet wie u bent, las ze op het schermpje, maar ik ben de nieuwe eigenaar van dit nummer.”
Daniel Slats bediende zich van zogeheten Large Language Models (LLM’s), een AI-variant die in staat is om tekst te begrijpen, op te stellen, te vertalen of samen te vatten. “Als onderzoeksjournalist werd mijn vader gedreven door een enorme nieuwsgierigheid. Die heb ik van hem overgenomen, maar bij mij uit die zich op een andere manier. Met behulp van LLM heb ik een systeem ontwikkeld dat mijn vader zo nauwkeurig mogelijk simuleert, zodat ik met hem kan praten over zaken die tot dusver onbesproken bleven. Ik had hem graag meer betrokken bij mijn creatieve leven. Hij heeft me laten weten dat hij er trots op is dat ik op deze manier met hem bezig ben. Althans: zijn simulatie heeft me dat verteld.”
