Mijn seculiere zoon is strafrechter in Israël. Dat is op zichzelf geen opzienbarend feit. Behalve dat een strenge selectie aan zijn benoeming vooraf is gegaan. Niemand heeft hem daarbij gevraagd of hij zich aan de strenge halachische sabbatwetten houdt of voor, of tegen een Palestijnse staat is. Hij is een onafhankelijke rechter die, zoals hij zijn functie ziet, pal staat voor de democratische waarden van zijn land. Er komt ongetwijfeld een moment dat hij tot districtsrechter zal worden gepromoveerd.

De Knesset zal tegen die tijd onder druk van de sterke religieuze lobby een wet hebben aangenomen die zijn promotie afhankelijk stelt van het slagen voor een examen over rechtspraak in de halacha, de van de Tenach (Hebreeuwse bijbel) afgeleide religieuze wetten en traditie.
Het lijkt een onbeduidende ontwikkeling, maar dat is het niet. Het is een van de vele speerpunten om de Israëlische democratie om te buigen tot een halachische staat.
Een staat, om het scherp te stellen, met de Tenach als grondwet. Zover is het nog niet. Maar de richtingaanwijzer is duidelijk en wijst naar een ander Israël. In de Israëlische samenleving, ook in het leger, neemt de invloed van religieus zionisme zienderogen toe. Op het tv-scherm verschijnen regelmatig mannen met keppeltjes en vrouwen met om het hoofd gedrapeerde doeken. Een halve eeuw geleden was dat een taboe. Religieuze zionisten, vaak uit nederzettingen op de bezette westelijke oever van de Jordaan, dringen reeds geruime tijd door tot in de hoogste rangen van de politiek, het leger, de politie en veiligheidsdiensten.
Het is even belangwekkend als verontrustend dat sterke nationalistische, religieuze politieke krachten aansturen op een nieuwe ethische code voor de IDF, het Israëlische leger.
Een boek met de titel Herstel van de spirit werd volgens de krant Haaretz onlangs in aanwezigheid van rabbijnen en nationalistische religieuze politici in Jeruzalem gelanceerd. Simcha Rothman, een religieuze zionist en voorzitter van de Knesset, zei het zo: “Dit is het begin van een campagne om de ethische code van het leger te onderwerpen aan de halacha, de joodse religieuze wet.”
Waarom? De huidige code ziet oorlog volgens Rothman als een noodzakelijk kwaad, dat soldaten morele beperkingen oplegt en bang maakt. In Herstel van de spirit leggen twee gezaghebbende rabbijnen uit dat een nieuwe ethische code zich moet baseren op de Tenach. ‘Oorlog is een gebod, het is een goddelijke missie, het is onze weg naar Tikkun olam, het repareren van de wereld.’
De nieuwe ethische code, die de oude uit 1994 moet vervangen, zal volgens de rabbijnen iedere soldaat ervan doordringen dat hij de weg van koning David en van de Makkabeeën voortzet en dat hij strijdt in de naam van God en in naam van het Volk van Israël.
In de nog geldende ethische code voor de IDF staat niet dat een oorlog moet worden gewonnen. De initiatiefnemers voor een nieuwe code zijn van mening dat het van het allergrootste belang is het begrip ‘overwinning’ juist als hoogste ideaal in de nieuw te formuleren code op te nemen. Israëls militaire zege is volgens hen een absolute voorwaarde om het instorten van het land te voorkomen. De uitslag van de verkiezingen op 27 oktober 2026 kan een duidelijke vingerwijzing zijn welke weg Israël zal inslaan.
