Betoverende ervaring. De stadsbus naderde het eindpunt en de chauffeur nam het woord. Niet zomaar een beetje. Hij richtte zich tot alle passagiers om hen te danken.

Het was puur cabaret. Hij kreeg iedereen al heel snel aan het luisteren naar de ongewone boodschap.
Te zien was hoe, de een na de ander, alle inzittenden ontdooiden. Ook sommige aanvankelijk gereserveerde gezichten raakten uit de plooi. Her en der verscheen een glimlach. De passagiers kregen een verstandhouding en begonnen elkaar aan te kijken. Sommigen zaten of stonden zelfs hardop te lachen, ik ook.
Dat kwam door zijn schitterende overdrijving. De stijl was een pastiche van de plastic frasen waarmee een piloot of een zogeheten steward zich met versterkte stem richt tot de passagiers van zijn vliegtuig of hogesnelheidstrein.
De chauffeur bedankte de reizigers dat zij zich aan hem hadden toevertrouwd. Hij deelde mee dat het er, ook voor hemzelf, nu op zat. De bus had het Centraal Station intussen bijna bereikt. De man achter het stuur wenste ons een goede voortzetting van onze reis toe, een prettige avond, een ontspannen weekend, en voor zover we nog niet hadden gegeten, ook nog smakelijk eten.
Lachend bedankte ik de man en vergat uit te checken, maar hij zag het en verhoedde het.
Wij hadden iets als een dagsluiting mee mogen maken. Er viel een heel klein spatje uit de onwaarschijnlijk warme oktoberlucht. Het was allemaal onwerkelijk. Hoe zou de wereld er voor staan, vroeg ik me verdwaasd en utopisch af, als de mensen meteen al, ’s morgens vroeg, op blauwe maandagen en op alle andere doodgewone werkdagen, zo effectief bevrijd zouden kunnen worden van hun druktes en hun ochtendhumeuren – weg uit het troosteloze egocentrum.
