Jaargang 6 • Verschijnt tweewekelijks • Losse nummers € 4

Alleen

door | jan 18, 2023

Het is de eerste dag van het nieuwe jaar en in een tochtgang tussen twee hoge flats waait het uitzonderlijk hard. Boven mijn hoofd vliegen krijsend twee meeuwen over. In de verte zie ik het hoge riet dat langs de Zuiderplas staat. Het goede voor- nemen is meer te wandelen dit jaar. Thuis heb ik man en kinderen achtergelaten. Want dat is de eigenlijke reden van het voornemen: even alleen zijn. Een uur zonder vragen of enige andere communicatie. In mijn leven is het de afgelopen jaren namelijk nauwelijks stil. Dat is heerlijk en gekmakend tegelijkertijd.
In de tochtgang komt een mevrouw met een bruin hondje mij tegemoet. Ze woont bij ons om de hoek. Tien jaar geleden overleed haar echtgenoot. Sinds een maand wonen we in het huis van de buurman met wie zij wekelijks koffie dronk. Op vrijdagochtend zag ik hem steevast naar haar voordeur schuifelen.
Ik knik haar vriendelijk toe. De wind blaast de uiteinden van haar sjaal voor haar gezicht waardoor ik niet kan zien of ze teruggroet. Afgelopen zomer sprak ik met haar. Toen ging het over Den Haag, over corona, over hoe alles ons op de mouw gespeld wordt, dat journalisten de grootste criminelen zijn die op aarde rondlopen en dat haar kinderen nooit meer op bezoek kwamen. Doordat het voornamelijk een monoloog was, hoefde ik me daartoe niet te verhouden. Laf en verstandig tegelijkertijd.
Haar hondje stopt als eerste. Het snuffelt aan mijn voet en daarna aan een drol iets verderop. “Hoe bevalt het in het nieuwe huis?” De vrouw houdt haar haar vast. De wind snijdt dwars door mijn wollen jas. “Prima,” zeg ik. “Een beetje koud, dat wel.”
Ze knikt. “Ga je nog verbouwen?”
“Ja, alles. Zodra er ergens een aannemer is.”
Het hondje trekt aan de riem. Ze laat hem vieren. “Heb je geen spijt van de verhuizing?”
Ik denk aan de tikkende klok thuis. En aan mijn andere voornemen: op tijd komen en niet langer wegblijven dan je gezegd hebt. Mijn man wil namelijk ook wel eens een uur stilte.
“Nee hoor, geen moment spijt. Zeker niet nu we het schoongemaakt hebben.”
Ze glimlacht. “Ja, hij lekte op een gegeven moment aan alle kanten.”
Voordat ik iets kan zeggen om het af te ronden, gaat ze door. “Ik ben nog naar de huisarts gegaan. Kijk, ik wilde best een beetje op hem letten, maar dan moest hij wel een luier aan. Alles liep eruit.”
Ik mompel iets over ouder worden en dat het al erg genoeg is. Ze hoort het niet. De wind neemt blaadjes mee en maakt naast onze voeten een draaikolk. De hond hapt ernaar.
“Maar goed, jullie zullen het er best naar je zin gaan hebben,” zegt ze. Ik knik.
“Harry, kom.” Ze trekt aan de riem en de hond komt terug. “Geniet er maar van, hè. Voor je het weet, is alles klaar.”