Hij overleed onlangs op 86-jarige leeftijd, een dichter die nooit een bundel publiceerde, maar wel een plek kreeg in Gerrit Komrijs De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten (1979). Het telde inclusief de titel maar drie regels:
De uitvinding van de romantiek
De zon gaat onder
Ik voel me bijzonder

Dit gedichtje stond onder de naam Willem Paap op 4 februari 1967 in het Amsterdamse studentenblad (sinds 1890) Propria Cures. Maar toen het in 1972 met vijf andere gedichten van hem werd opgenomen in Citroen Citroen (‘Loof de Heer’ is kampioen), een bundel van Propria Cures-gedichten, stond zijn echte naam erbij: Rudi ter Haar. En zo kwam Komrij eraan. Het wordt sindsdien geregeld op internet geciteerd.
Rudi ter Haar was van 1966 tot 1968 redacteur van Propria Cures. Dat redacteurschap was vaak het begin van een literaire loopbaan, maar bij Rudi was dat van meet af aan hoogst twijfelachtig. Dat hij goed proza schrijven kon en achteloos een gedicht kon afscheiden, was voor iedereen – ook hemzelf – duidelijk. Maar Rudi fietste liever een royale afstand naar andere redacteuren om te vragen of zij een extra stukje voor PC wilden schrijven dan dat hij zichzelf ertoe dwong.
En zij deden dat natuurlijk, want Rudi was vooral een aangenaam mens met wie je goede gesprekken kon voeren over van alles. Hij was een krantenliefhebber, zijn studentenkamer lag vol met stapels kranten, ook oude exemplaren die hij nog eens wilde herlezen. Zijn studie (aan de Politieke en Sociale Faculteit) raakte mede daardoor in de loop van de jaren geheel verwaarloosd en hij leefde van tijdelijk baantje naar tijdelijk baantje, zonder zich ooit zichtbaar druk te maken over wat hij nu eigenlijk wilde van het leven.
Maar het zat hem mee. “Op zekere dag was ik bij een vriendin, die had op de wc een hele stapel oude nummers van Vrij Nederland liggen. Daar zat ik dus en al lezende viel mijn oog op een advertentie van redacteur bij de Rijksvoorlichtingsdienst.” Hij solliciteerde en werd aangenomen, 34 jaar jong. En tot ieders verrassing bleef hij tot zijn pensioen bij de RVD werken. 29 jaar!
Hij ging ook in Den Haag wonen en verdween totaal uit het zicht. Op contactpogingen van zijn oude Amsterdamse vrienden reageerde hij op een gegeven moment ook niet meer. Zo is Rudi bejaard geworden en uiteindelijk gestorven. Schreef hij nog wel eens? Ja, een aantal goed leesbare columns in het Algemene Zaken-personeelsblad Vizier. Maar gedichten? In een afscheidsinterview in Vizier staat: ‘Thuis heeft hij nog tientallen dozen en mappen met aanzetjes.’ De plannen waren er dus wel. Maar vooralsnog blijft het bij die zes gedichten in Citroen Citroen. Waaronder dit prachtige:
Het geluk
Op een trieste dag
toen ik rut was en honger had
vond ik, wanhopig speurend
in jas- en broekzakken,
een kalme gulden,
die daar tussen
potloodstompjes en tabakskruimels
te wachten lag;
ik voelde toen
een echt geluk:
ik rekende op niets
en kreeg iets meer.
