Jaargang 10 • Verschijnt tweewekelijks • Losse nummers € 4,90

‘Ik liet Joe Cocker over Willem Holleeder zingen’

door | jul 28, 2026

Sinds graffitispuiter Hugo Kaagman kunstmatige intelligentie ontdekte, is hij verslaafd aan het digitale universum dat zich voor hem ontvouwde. ‘Ik snap heel goed dat mensen bang zijn voor hun baan, maar voor mij als kunstenaar is dit fantastisch.’

Een halve eeuw na zijn vliegende start als street artist stort Hugo Kaagman (1955) zich op de nieuwe techniek die het mogelijk maakt om zijn creaties tot leven te wekken. Sinds hij AI heeft ontdekt, tuurt hij een belangrijk deel van de dag naar het scherm van zijn laptop. Elk beeld dat aan zijn fantasie ontspruit, kan hij tegenwoordig met een paar muisklikken laten dansen, springen, hollen of stilstaan. “Traditie uit het verleden moderniseren, zodat het in de toekomst weer mee kan gaan,” verklaarde hij ooit zijn fascinatie voor Delfts blauw tegelwerk waardoor hij zich liet inspireren. In de stijl van de volksnijverheid waar Delft tot ver buiten de souvenirshops beroemd mee werd, vervaardigde Kaagman duizenden kunstwerken, met als klapstuk de 45 meter hoge warmtekrachtcentrale in Enschede, die hij met aluminiumpanelen bekleedde. NRC riep het ketelhuis uit tot het ‘lelijkste gebouw van Nederland’, waar het Guinness Book of Records dan weer tegenover kon stellen dat het hier ‘the world’s largest building tiled in the Delft Blue style’ betrof.

In zijn punkperiode plaatste hij als beginneling zijn graffiti op blinde muren en abri’s. Later sneed hij sjablonen uit om afbeeldingen op canvas, hout, keramiek, vliegtuigen zelfs (van British Airways) te kunnen spuiten. ‘The Dutch Godfather of Stencil Graffiti’ luidde vijftien jaar geleden de ondertitel van zijn overzichtsboek Stencil King. De oer-Hollandse collages waarmee hij enkele kilometers oppervlak van de openbare ruimte opleukte, vergt onderhoud. Zo was hij onlangs een paar dagen zoet met het oplappen van de in Delfts blauw aangebrachte sjablonen waarmee hij achttien jaar geleden het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen betegelde.

Zijn belangstelling voor kunstmatige intelligentie beschouwt hij als verlengstuk van de technieken waar hij zich in het verleden van bediende. Van het een kwam het ander. Hij experimenteerde met Xerox Art, waarbij een gefotografeerde afbeelding werd uitvergroot tot een wandvullend formaat. Vanaf eind jaren negentig maakte Photoshop het mogelijk beeld te bewerken en te manipuleren. “Daarna ging de computer voor je kiezen, dat was een openbaring,” vat Kaagman de ontwikkeling samen. “Scannen was een openbaring. Daarna kwam Google Images. Voortaan hoefde ik, als ik een plaatje van een pinguïn nodig had, niet meer naar de bibliotheek. De volgende stap was Copilot, het begin van AI. Als ik een pinguïn op een wiel wilde zien, hoefde ik dat maar in te tikken om dat op m’n scherm te krijgen. Ik las in Computer ID, een blad dat ik koop omdat daar de nieuwste uitvindingen in staan, dat je met Suno in elke denkbare stijl muziek kunt maken. Je kunt een tekst invoeren die je kunt laten uitspreken of laten zingen door een stem naar keuze. Daar ben ik als een gek mee gaan klooien. Ik liet Joe Cocker over Willem Holleeder zingen en stond versteld van het resultaat. Als kunstenaar ben ik eindeloos aan het plakken en knippen. Collage is mijn ding.”

Toen kwam Udio, met betere geluidskwaliteit en meer mogelijkheden, maar Udio werd opgekocht door een platenbons en op non-actief gesteld. Het is voor Kaagman een fluitje van een cent om het bekende Arguslied, in de uitvoering van Edwin Rutten een hit op YouTube, om te werken tot respectievelijk een rocknummer, een filmscore uit Bollywood en een modern klassiek duet voor piano en zangstem.

Even later verbaast hij door een van internet geplukte portretfoto van de verslaggever binnen tien seconden te transformeren tot een actiefilmpje waarin de man in paniek door de kamer rent terwijl exemplaren van het tweewekelijkse blad omlaag dwarrelen. In de wereld van AI versmelten fantasie en werkelijkheid tot een nieuw universum. De aanbieders voegen voortdurend nieuwe snufjes toe of doen een stapje terug, zoals Grok van Elon Musk, die de ‘uitkleed-app’ uit het assortiment verwijderde.

De virtuele verkenningstocht met AI als gereedschap wordt al gauw een verslavende bezigheid. “Het verveelt nooit,” zegt Kaagman. “Ik heb mijn hele muziekarchief erdoorheen gehaald en had binnen een half jaar duizend nieuwe liedjes. Ik laat AI los op Bab Boujloud, mijn boek uit 1977 over een reis door Marokko, en ik krijg nagespeelde fragmenten terug.”

Dat AI tot stand komt via datacentra die een aanslag op het milieu plegen, is hem bekend, evenals het feit dat beelden op grote schaal worden gemanipuleerd, onder andere bij het bedrijven van politieke propaganda. Video’s uit Gaza of Oekraïne hebben hun bewijskracht verloren. En hoe zit het met copyrights? De kunstmatige intelligentie wordt gevoed met teksten, muziek en beeldmateriaal waar de makers geen cent van terugzien. AI wordt ingezet om documentaires van een achtergrondmuziekje te voorzien. Het vertalen van een boek is niet langer mensenwerk; de computer kan het sneller en goedkoper. De bankensector verklaarde duizenden medewerkers boventallig, elders nam de chatbox het van de klantenservice over.

Hugo Kaagman heeft zijn antwoord klaar. “Voor een kunstenaar is AI fantastisch, maar ik snap heel goed dat mensen bang zijn voor hun baan. Die ontwikkeling valt niet tegen te houden, maar ik denk niet dat AI kunst en kunstenaars overbodig zal maken. Er komt ongelooflijk veel slop voorbij, digitale drab, die betekenis, inspanning of nauwkeurigheid mist. Daar raak je snel op uitgekeken. Maar er zijn ook prompts, de briljante ideeën en originele aanzetten die tot succesvolle interactie met AI leiden. Ik ben prompts aan het verzamelen. Mijn Delftsblauwe tegeltjes maak ik in zwart-wit, maar met AI kan ik ze inkleuren. Ik maak alles altijd zo mooi mogelijk, maar kan het met AI nog veel mooier maken. Ik heb geen verf meer nodig. Ik ben niet opgehouden met street art, maar die plaatjes op de muur beginnen op een zeker moment te vervelen. Nu kan ik ze laten bewegen en er muziek bij maken. Zat mensen vinden het lekker makkelijk om een kunstwerk met behulp van AI in elkaar te flansen, maar zonder goede ideeën en het juiste gevoel komt daarbij niets waardevols tot stand.”

“Ik heb heel veel AI-filmpjes gemaakt, maar over de montage ben ik nog steeds niet tevreden. Ik zou op cursus willen om perfect te leren monteren. Ik ben autodidact, maar ik vind dat het met de kunst allemaal heel goed lukt. Graffiti spuiten of sjablonen snijden leer je niet op de academie. Iedereen kan het, zoals iedereen kan fotograferen. De vraag is: wat doe je ermee? Kunstenaar is voor mij geen beroep, maar een roeping. Er moet een innerlijke noodzaak achter zitten, anders wordt het niks.”

PROEFABONNEMENT
4 NUMMERS VOOR € 16